Anatomie van de borst
De twee borsten van een vrouw bevatten melkklierweefsel, vetweefsel en bindweefsel. Elke borst heeft een tepel en wordt bedekt door de huid. Allebei de borsten hebben een uitloper van het borst weefsel in de richting van de oksel, die wordt de uitloper van Spense genoemd. De hoeveelheid vetweefsel bepaalt de grootte van de borsten. Daarom zijn niet alle borsten gelijk van formaat. Ook mannen beschikken over borstweefsel, maar een zeer kleine hoeveelheid. Als er een afwijking in de borst wordt aangetroffen, wordt de borst in vier kwadranten ingedeeld, links boven, links beneden, rechts boven en rechts beneden om de locatie van de afwijking te preciseren.
Melkklierweefsel
In de borsten bevindt zich melkklierweefsel. Het hormoon prolactine wordt in grotere hoeveelheden dan normaal aangemaakt tijdens de zwangerschap. De melkklieren gaan door dit hormoon, die in het melkklierweefsel zitten, melk produceren. De melk die door de melkklieren geproduceerd wordt, stroomt via melkgangetjes in de borst naar de tepel toe, waar de baby de melk kan drinken.
De tepel
Elke tepel van de borst wordt omgeven door de tepelhof, wordt ook wel areola genoemd. De kleur van elke tepelhof kan onderling bij vrouwen verschillen van een lichtroze kleur tot een donkerbruine kleur. De tepelhof bevat enige kliertjes, de sebaceuze klieren, ze worden ook wel kliertjes van Montgomery genoemd. De tepels zien er meestal opgezwollen uit. De tepels zijn meestal 'stijf' als de vrouw het koud heeft of opgewonden is.
Andere soorten weefsels
De borst bevat naast de melkklieren ook bindweefsel en de ligamenten van Cooper, die moet de borst stevigheid geven, en vetweefsel. Als een vrouw borstvoeding geeft, bevatten de borsten veel meer klierweefsel dan bij een vrouw die geen borstvoeding geeft. De borst ligt op de musculus pectoralis minor en de musculus pectoralis major, dat zijn de twee spieren die over de borstkas lopen en waarmee je de schouder en de arm beweegt.
Bloedvaten en zenuwen
Het weefsel van de borsten wordt gevoed door verschillende slagaderen, terwijl de afvoer door verscheidene aderen verzorgd wordt. Lymfevaten leiden afvalstoffen van de borst naar lymfeklieren in de oksel, en ook naar lymfklieren in de buurt van het borstbeen. Zowel vrouwen als mannen hebben veel bloedvaten en zenuwuiteinden in de tepels. De tepels zijn dan ook zeer gevoelig. De tepels kunnen bij zowel mannen als vrouwen hard worden als gevolg van kou of seksuele opwinding, maar ook bij sommige andere emoties.
Asymmetrie van de twee borsten
Bij veel vrouwen zijn de borsten niet helemaal gelijk, het verschilt meestal iets. Deze asymmetrie is heel normaal. Ook kan bij vrouwen, maar ook bij mannen, de ene tepel gevoeliger zijn dan de andere. Ook dit komt door het feit dat dat de linker- en de rechterkant van een mens altijd wat asymmetrisch zijn. Er wordt wel beweerd dat de linkertepel bij vrouwen gevoeliger is dan de rechtertepel, maar hierover bestaat veel discussie. Gedegen wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp is nog nooit verricht.